A következő címkéjű bejegyzések mutatása: Holland irodalom. Összes bejegyzés megjelenítése
A következő címkéjű bejegyzések mutatása: Holland irodalom. Összes bejegyzés megjelenítése

2012. jún. 13.

Anthony C. W. Staring (1767-1840): Herdenking


Wij schuilden onder dropplend lover,
Gedoken aan de plas;
De zwaluw glipte 't weivlak over,
En speelde om 't zilvren gras;
Een koeltje blies, met geur belaân,
Het leven door de wilgenblaân.

't Werd stiller; 't groen liet af van droppen;
Geen vogel zwierf meer om;
De daauw trok langs de heuveltoppen,
Waar achter 't westen glom;
Daar zong de Mei zijn avendlied!
Wij hoorden 't, en wij spraken niet.

Ik zag haar aan, en, diep bewogen,
Smolt ziel met ziel in een.
O toverblik dier minlijke ogen,
Wier flonkring op mij scheen!
O zoet gelispel van die mond,
Wiens adem de eerste kus verslond!

Ons dekte vreedzaam wilgenlover;
De scheemring was voorbij;
Het duister toog de velden over;
En dralend rezen wij.
Leef lang in blij herdenken voort,
Gewijde stond! geheiligd oord!

2012. máj. 26.

Gerbrand Adriaensz, Bredero (1585-1618): Sonnet



Het eerste van de schoonheid

Vroeg in de dageraad de schone gaat ontbinden
De gouden blonde tros, citroenig van coleur,
Gezeten in de lucht, recht buiten d' achterdeur,
Daar groene wijngaardloof ooit louwe muur beminde.

Dan beven amoureus de liefelijkste winden
In 't gele zijdig haar en groeten met een geur
Haar goddelijk aanschijn, opdat zij deze keur
Behield van dagelijks haar daar te laten vinden.

Gelukkig is de kam, verguld van elpenbeen,
Die deze vlechten streelt, dit waardig zijnd' alleen,
Gelukkiger het snoer dat in haar dikke tuiten
Mijn ziele mee verbindt en om 't hoofd gaat besluiten,
Hoewel ik 't liever zie wildgolvig na zijn jonst,
Het schone van natuur passeert doch alle konst.

Willem Bilderdijk (1756-1831): Ingetoogenheid



Is ons 't genot verboôn, wel, dat we slechts beminnen!
Zijn andren in 't genot, 'k misgun, 'k benij' hun niet:
Die ander heil aanschouwt met wrevelige zinnen,
Verteert zich-zelven slechts in vruchteloos verdriet.
De Idalische Godin doet haren wellust smaken
Aan hem, aan hem alleen, die in haar gunsten deelt;
Ontzegt Kupîdo ons zijn gloeiende vermaken,
Genoeg is 't, dat de min ons 't harte vleit en streelt.
Laat andren honigdaauw van malsche lipjes leppen,
En 't smeltend mondkoraal met zachte tanden kneên;
Van boezem, hals, en wang, verliefde kusjes scheppen,
En schaaklen zich op 't dons in poezle maagdeleên:
Laat andren, mond aan mond, en borst aan boezem hangen;
Bij 't staamlen van de tong' en 't zwoegen van het hart',
De maagdelijke heup' in dij' en armen prangen;
En wringen 't lijf naar eisch der kittelende smart':
Laat andren, boezemooft en rozebloesems plukken;
Met opgeheven' thyrs', in 't heiligdom der minn',
In 't binnenst lustprieel van Cypris hove rukken,
En drinken 't vuur, met oog, met borst, en lenden, in:
Laat andren, Venus beemd met vruchtbaar zweet bedaauwen,
En moede en afgemat door 't slingren van den lust,
In dartle omhelzingen, van weelde en wellust flaauwen;
En zijgen in den schoot der liefelijkste rust'.
Dat dit, en hoger lust, zo iemand dien kan smaken,
ô Gij, wie Venus mint, aan u beschoren zij!
Maar ons, ontzegt ons 't lot die gloeiende vermaken,
Voor 't minst beminnen wij!

2012. ápr. 30.

Jan Erik Vold (1939-): légynek lenni... (vaere en flue...)



valahol légynek lenni egy szobában
a fényben oda megszületni
vagy éppenséggel besurranni

oda a nyitott ajtórésen
a fény után a fényt keresve
és rögvest nekirontani

ennek a benti valóságnak
melyről viszont azonnal kiderül
nehéz elérni

nehéz elérni valami
nem stimmel itten valahogy
tűvé is kell tenni miatta

rögtön a szobát s kétségbeesetten
futkározni a szegélylécek
végtelen útvesztői közt

reménykedve hogy benyit valaki
mielőtt én ezt a régi újságot itt
megmarkolnám
 
(Ford.: Sulyok Vince)

Jan Erik Vold (1939-): jégcsapidő...



jégcsapidő foga nőtt mind az ereszeknek miközben hullanak a bombák
távoli háborúkban és a reggeli újság csattan az előszobapadlón

fényképein a repülőkről bombák csüngnek alá akár
jégcsapok a házereszekről azóta már azok a bombák

telibetaláltak vagy célt tévesztettek míg te a kávéd maradékát
magadba hörpinted és sietősen kilépsz

a járdára és bámulsz föl a bejárati kapu fölé
hol a házereszről fejszeélesen jégcsapok függenek alá

akár favágító fölé a tévedésből szétbombázott falu miatt
mélységesen sajnálkoznak legmagasabb körökben míg az ellenség

falujára lehullt bombákat úgy regisztrálják: telitalálatok

(Ford.: Sulyok Vince)


Jan Erik Vold (1939-): istapptid...

istapptid husene har fått tenner idet nye bomber
faller i fjerne kriger dunker morgenavisen

mot entregulvet med telefotos der gamle bomber

henger under flyene som istapper over mål

forlengst tilintetgjort eller feilbombet og idet du

heller i deg den siste kaffen og skritter langt

ut på fortauet før du kaster et blikk over inngangen

der istapper henger fra taket som økseblad

over hoggestabben er allerede

den feilbombede landsby fra øverste hold blitt dypt

beklaget og fiendens landsby registrert som fulltreff

2011. dec. 18.

Rudy Hegenborn: Wie komt er alle jaren


Wie komt er alle jaren,
Daar heel uit Spanje varen
Over de grote, grote zee?
Sint Nicolaas, hoezee!

Wie heeft een zak vol koekjes,
Speelgoed en prentenboekjes?
Wie brengt een zak vol lekkers mee?
Sint Nicolaas, hoezee!

(Forrás: Rudy Hegenbom: Sinterklaasliedjes in het Engels 2005.)

Rudy Hegenborn : Zie ginds komt de stoomboot


Zie ginds komt de stoomboot,
Uit Spanje weer aan
Hij brengt ons Sint Nicolaas,
Ik zie hem al staan.

Hoe huppelt zijn paardje,
Het dek op en neer
Hoe waaien de wimpels
al heen en al weer.

Zijn knecht staat te lachen,
En roept ons reeds toe:
Wie zoet was, krijgt lekkers,
Wie stout is de roe.

Och, lieve Sint Nicolaas,
Kom ook eens bij mij
En rij dan niet stilletjes
Ons huisje voorbij.

(Forrás: Rudy Hegenbom: Sinterklaasliedjes in het Engels 2005.)